Welkom! Welcome! Willkommen! Bienvenu! DWIB is Horen, zien, ruiken, proeven en voelen. Omgezet in letters voor tussendoor, achterlangs of door t midden. Aangevuld met wat muziek voor een zaterdag en zondag dag. Ovulatie: Elke 2 weken.
« Older| M | D | W | D | V | Z | Z |
|---|---|---|---|---|---|---|
| « Jun | ||||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | |
Nou begrijp ik waarom onze politieke elite zich in Den Haag gevestigd heeft. De hoofdstad van een land is meestal de plek waar regeringen zich in hun boomhut nestelen om plannetjes te smeden voor ons aller welzijn. Hier in de Lage Landen doen we het anders. De Hague is the place to be. Met het torentje als gepimpte boomhut. En ik heb deze Da Vinci Code door een ‘situatie-tje’ kunnen kraken: in Den Haag is het namelijk volkomen legaal om te bluffen. Oftewel: 1+1=3.
Omdat het mij 37 jaar lang is gelukt om niet over een bananenschil uit te glijden en m’n nek te breken, te stikken in een dropje, en zonder eigen risico door rood te fietsen wilde ik mezelf een uniek cadeautje geven: een Hohner Chromatic ‘Toots Thielemans’ Mellow Tone mondharmonica. Jawel, de Mercedes onder de harpjes. Na wat speurwerk door mijn goede vriend Google, kwam ik uit bij een winkel in Den Haag. Bestellen, betalen, 5 nachtjes slapen, en dan: Hieperdepiep, hoera! Niet dus…
Het heeft me ongeveer 2 maanden telefonisch onderhoud gekost voordat ik mijn levensverzekering in handen had. Het contact met de winkel was na verloop van tijd zelfs zo ontspannen dat ik de medewerkster bij haar voornaam kende: Debbie. Hier volgt een hoorspel van de laatste vier gesprekken:
Eerste gesprek:
Ik: ‘Hey Debbie, met Armand. Zeg, je had de vorige keer gezegd dat je mijn Mellow Tone afgelopen weekend op de bus zou doen, het is nu maandag, dus ik bel even om te vragen of het is gelukt.’ Debbie: ‘Heb je een ogenblikje? Dan kijk ik even.’ Ik: ‘Sgoed!’ Debbie: ‘Ik heb even gekeken en we hebben alles binnen gekregen, behalve die van jou.’ Ik: ‘WHAT?! @#$%-Censuur-??? Debbie: ‘Ik bel wel even met de leverancier, en dan bel ik je terug.’
Tweede gesprek:
*Badeend geluid* (mijn zelf ingeknepen ringtone). Debbie: ‘De leverancier vertelde me dat de Mellow Tone nergens meer te krijgen is. Zelfs niet in België en Duitsland.’ Ik: ‘Had je me dat twee maanden geleden dan niet kunnen zeggen?’ Debbie: ‘Daar hebben wij geen invloed op. Toots Thielemans is nu in Den Haag voor een optreden. Zijn eigen Mellow Tone is kapotgegaan maar zelfs hij kan niet aan een nieuwe komen. Ik: ‘Tjonge, als zelfs de grote man niet aan zijn eigen harmonica kan komen, dan moet het wel waar zijn.’ Debbie: ‘Je kunt wel een andere uitzoeken als je wilt.’ Ik: ‘Ik kijk wel even.’
Gelukkig vertelde mijn goede vriend Google me dat er nog meer muziekwinkels bestaan, en daar heb ik er twee van gebeld. En wat denk je? Inderdaad!
Derde gesprek:
Ik: ‘Hoi Debbie! Ik heb wat andere winkels gebeld, en zij bleken de allerlaatste Mellow Tones op aarde te hebben. Dus ik wil mijn geld terug.’ Debbie: ‘Daar hebben wij geen invloed op. Stuur maar een mail en dan storten we het geld terug.’ Ik: ‘Dank je!’
Vierde gesprek (een half uur later).
Debbie: ‘Je zult het niet geloven, maar er komt net een vrachtwagen aan, en de chauffeur heeft 3 Mellow Tones bij zich! Wil je hem nog hebben?’ Ik: ‘Echt waar?! Da’s wel apart zeg! Nou, stuur op dat ding dan!’ Want ja, ik wilde gewoon mijn harmonica. Het kon me niet meer schelen hoe ik er aan kwam.
De volgende dag had ik hem eindelijk! Ik deed de doos open, graaide wat tussen verpakkingsmateriaal, wat eerder leek op de inhoud van een vuilnisbak, en pakte het doosje met mijn wonder er voorzichtig uit. En het eerste wat ik zag… waren een paar krassen! Alsof iemand met een hand vol gouden ringen met mijn harmonica had lopen jongleren. DEBBIE!!!!!
Eergisteren heb ik de boel retour gedaan. Vandaag had ik mijn geld terug. Morgen ga ik naar de plaatselijke muziekwinkel om een paar Lee Oskar bluesharmonica’s te halen. Want Haagse Debbie heeft bepaald dat spelen op een echte Toots voor mij te hoog gegrepen is.
Er was eens een dik jongetje dat opgroeide in het getto van Brooklyn. Vanaf zijn tweede jaar verlaten door zijn vader en een moeder met een drankprobleem die overleed toen hij 16 was. Buiten werd hij met regelmaat bedreigd en uitgebuit door oudere boefjes uit de buurt. Hij raakte zelf ook op het criminele pad en moest zo nu en dan een tijdje brommen in een jeugdgevangenis. Daar ontdekte hij de boksring. Het was dé manier om alle frustratie en opgekropte woede van een rotleven letterlijk binnen de touwen te houden. De jongen bleek talent te hebben voor de sport. Bokstrainer Constantine ‘Cus’ D’Amato werd zijn mentor en vervangende vader, nam hem onder zijn hoede en bracht hem terug op het rechte pad.
Ik heb het hier over Mike Tyson, je weet wel, de verkrachter, oorbijter, agressor, drugsbezitter en… bokser. Afgelopen week heb ik zijn documentaire gezien. Iron Mike is 90 minuten aan het woord. Open, kwetsbaar, soms emotioneel blikt hij terug op 43 jaar leven. Alsof hij bij me op de bank zat heb ik aandachtig naar hem zitten luisteren. Het klopte niet. Want als ik aan Mike Tyson dacht, dacht ik aan een blok beton met een explosief karakter die behoorlijk wat ellende op zijn geweten heeft. Dat had Mr. Media me namelijk verteld. Nu zag ik een mens die weliswaar toegaf een en ander op zijn kerfstok te hebben, maar er alles voor over had gehad om niet te verliezen. Niet van het leven, niet in de ring.
Zo vertelde hij hoe hij als dik mannetje, na de zoveelste bedreiging, het gevecht aandurfde met 1 van de boefjes uit de buurt, en deze knaap een behoorlijk pak slaag gaf. En dat dit hem uiteindelijk een ijzeren wil had gegeven om altijd te willen winnen; puur door de herinnering aan de pijn van het vernederen. Hij vertelde hoe zijn bokstrainer zijn wantrouwen in mensen wist te doorbreken door hem in het gezin op te nemen. Dat de dagelijkse complimenten hem stukje bij beetje deden geloven in zichzelf. Wat een verdriet hij had gehad bij het overlijden van zijn trainer. Hij vertelde hoe hij vijf jaar een celibaat leven had geleid door zichzelf de discipline op te leggen: sporters presteren beter door geen seks te hebben voor de wedstrijd. Hoe de plotselinge roem, aandacht van de mooiste vrouwen en nieuwe ´vrienden´ ervoor zorgden dat hij de volle aandacht op de sport en zichzelf verloor.
Eerlijk is eerlijk: berouw komt na de zonde: drugs- en drankgebruik, buitenechtelijke affaires, een SOA, opgelopen door het hebben van betaalde seks, drie keer getrouwd, twee keer gescheiden, drie jaar gevangenisstraf wegens verkrachting van schoonheidskoningin Desiree Washington (al ontkende hij dit zelf stellig in de documentaire) doet veel met een mens.
Als je geboren wordt begint het feest. En dat van Mike liep een beetje uit de hand. Als ik hem vorige week was tegengekomen was ik hem uit de weg gegaan. Als dat morgen gebeurt, geef ik hem een hand.
Ik heb mijn militaire dienstplicht vervuld. Een onvergetelijke tijd. Een verplicht onderdeel van onze ontwikkeling van groen naar camouflage was dat we op bivak moesten: oorlogje oefenen. Voordat we ons naar het het slagveld begaven waar de oefenvijand het ons moeilijk zou gaan maken, kregen we een buddy toegewezen: een makker die de andere helft van de pubtent droeg, je geweten was, en je steun in barre tijden.
Omdat mijn buddy en ik toch liever gingen voor wereldvrede deden we er alles aan om onze drillers duidelijk te maken dat het voor ons geen oorlog was, maar een BIjzondere VAKantie. Als we na onze wacht het volgende koppel moesten wakker maken, maakten we iedereen wakker, en om het de oefenvijand wat gemakkelijker te maken, hadden we zelf ook maar wat vuurwerk meegenomen. Van knorrende magen hadden wij geen last, want we hadden met de chauffeur van de vrachtwagen die de drillers van voldoende drank en eten moest voorzien, geregeld dat hij knakworstjes, broodjes, drank en snoep bij ons in de tent zou gooien. Kortom: voor ons was het een geslaagde missie.
Twaalf jaar naar onze laatste reünie hebben we elkaar weer eens opgezocht. Het was alsof we vorige week nog in het schuttersputje lagen. Twee levens bijgepraat en ik moet zeggen, het zijne maakte indruk op me. Zijn leven was nu niet bepaald zonder slag of stoot verlopen en toch, hij zag er weltevreden uit.
Vlak na onze laatste reünie leerde hij een meisje kennen. Kort daarna kreeg zijn leven door omstandigheden een behoorlijke tik en raakte hij in een depressie. Het was zo heftig dat hij een tijdje opgenomen moest worden om tot rust te komen en te herstellen. Op het eerste gezicht zou dit een legitieme reden kunnen zijn voor zijn nieuwe liefje om de handdoek in de ring te gooien, Maar zij koos voor het tweede gezicht. Dagelijks fietste ze een behoorlijke afstand om hem te bezoeken, hem te steunen, voor hem te zorgen.
Omdat herstel een lange termijn uitzicht had, was hij niet langer in staat om z´n werkgever de garantie te geven op volledige terugkeer en hij verloor zijn baan. Zij bleef bij hem. Nu, jaren later, gaat het hem goed. Ze zijn ze gelukkig getrouwd. Wonderbaarlijk gelukkig.
Een paar jaar geleden (nog voor hun huwelijk) kreeg zij te horen dat ze MS (multiple sclerose) heeft, een ziekte van het centrale zenuwstelsel. Inmiddels zit ze in een rolstoel. Als gevolg van haar ziekte kan ze geen kinderen krijgen, terwijl ze allebei graag kinderen hadden gewild. Op het eerste gezicht zou dit voor hem een legitieme reden kunnen zijn om te gaan. Maar hij koos voor het tweede gezicht, en bleef.
Als je jong bent of iets ouder droom je over later. Over ware liefde, ware banen, ware kinderen en waar geluk. En een verliefdheidje kan zomaar het begin zijn van dit alles. Totdat het noodlot toeslaat. Kies je dan nog voor je droom? Zeker in deze tijd lijkt overstappen naar iets beters, mooiers, jonger of duurzamer dusdanig ingeburgerd, dat trouw blijven in voor én tegenspoed bijna geen optie meer is. De droom van geluk, puur geluk is vervangen door een constante drang naar zelfbevrediging.
Buddy, ouwe rakker, je weet, ondanks alle tegenslagen, wat ware liefde, waar geluk is. Daarom ben je weltevreden. Dank je wel voor je verhaal. Jullie maken het verschil.
Afgelopen maandag was het zover: Nederland-Denemarken. Voor anderhalf uur was er een staakt-het-vuren tussen hooligans, bedrijven hadden even schijt aan omzetcijfers, meer dan een miljoen mensen hadden vrij genomen en de rest had ´toevallig´ om 13.30 een afspraak bij de dokter of tandarts.
Ik werk als oplossmurf op een ROC, en het was mijn plicht des vaderlands om de ramen van de kantine met grondzeil af te plakken, zodat de wedstrijd goed zichtbaar op de muur gebeamd kon worden. Één verkeerde slag met de plakbandroller en ik wist dat m´n dagen waren geteld, bij een geslaagde missie was ik de stille held.
Iedereen wachtte met ingehouden adem op het eerste fluitsignaal. Maar het enige wat ik hoorde was het geluid van 80.000 kalkoenen in doodsstrijd: die achterlijke vuvuzela´s verpestte de charme van het scheidsrechterfluitje. Gelukkig, docentes in Dutchdresses zorgden dat ik hier niet al te lang bij stilstond.
Als stille held ga je niet voor de huldiging, maar voor het resultaat. Ik trok me terug bij de receptie, waar ik samen met een invalreceptioniste de wedstrijd via een TV aan de muur kon volgen. ‘Volgens mij hou je niet van voetbal he?’ vroeg ze. ‘Hoezo?’ vroeg ik lachend maar verbaasd. ‘Nou, je komt over als iemand met een hoog IQ.’… ? Ik wist niet of ik nou beledigd moest zijn of buiten verse bloemtjes voor d´r moest gaan plukken.
‘Ik geloof niet dat ik nou bovengemiddeld scoor, wat ik wel weet is dat ik bij een EQ (!) test Rob Oudkerk (IQ 137) ruimschoots overtref.’ ‘Ja,’ zei ze, ‘ik bedoel het niet verkeerd, wat ik wil zeggen is dat je volgens mij iemand bent die zich met andere dingen bezighoudt dan alleen met voetbal kijken. Wat meer de diepte opzoekt, over dingen nadenkt.’ ‘Ja,’ zei ik, ‘daar heb je gelijk in.’
Toch apart dat iemand diepgang koppelt aan of je wel of niet van voetbal houdt, maar vooral bijzonder gedurfd dat een vreemdeling de diepte zoekt -en verrassend ziet door zo´n vraag te stellen bij Nederland-Denenmarken.
We hebben gewonnen. En ik heb een mens tot mens gesprek gehad. Week 24 is prettig begonnen.
Zomerfeestjes. Met z’n duizenden rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, ik ben er dol op! Een echte party animal ben ik nooit geweest, maar als de zon schijnt gebeurt er wat met me. Of beter gezegd, dan gebeurt er wat met m’n natuurlijke habitat zo lijkt het. Ik ga op zoek naar ander voedsel, m’n dag en nacht ritme verschuift wat, m’n zintuigen gaan als vanzelf mee met de stand van de zon, en ik voel me 10 jaar jonger.
Afgelopen weekend ben ik naar een feestje geweest in Breda. Ik had er zin in! Een paar dagen eerder was ik nog even snel naar de stad geweest om m’n wintervacht te verruilen voor een zomervacht, en ik heb me de nacht ervoor keurig gehouden aan mijn zomerdut van maar liefst 5 uurtjes, want ja, ik ben tenslotte weer even 10 jaar jonger, en dan kan je energie ook putten uit andere bronnen; zonlicht, muziek, bier en oogstrelend genot.
De dag begon goed. Als een atleet die zich ging voorbereiden op de triatlon at ik geconcentreerd m’n zorgvuldig samengestelde ontbijt: Cruesli met noten, halfvolle melk en een kiwi. Even afdouchen, zomervacht aan, zonnebril op; klaar om fris, fruitig en vooral 10 jaar jonger aan de start te verschijnen.
De locatie van het feest was net buiten de stad, dus we moesten de laatste kilometers per bus afleggen. ‘Wat een jong grut zeg!’ dacht ik toen ik mezelf de bus had ingewurmd en een blik wierp op mijn medefeestgangers. Ik voelde me net een hopman van een troep padvinders. Maar ja, dacht ik, niet schrikken, er zullen ook vast wel een hoop mensen zijn die, net als ik, 10 jaar jonger aan de dag zijn begonnen.
Niet dus. Het is dat er een denkbeeldig bordje bij de ingang hing met het opschrift ‘leeftijd geen bezwaar’ maar anders had ik toch echt gedacht dat ik op een feestje was beland met een leeftijdsgrens van 25 jaar. Terwijl iedereen uit z’n pannetje ging op 120 bpm, stond ik wat mee te deinen op de muziek en betrapte ik mezelf erop dat ik met een bijna vaderlijke glimlach om me heen stond te kijken. Een poging om mezelf wakker te schudden door even snel een verjongingskuurtje van een handvol bier achterover te slaan, hielp niet. Er was geen schaduw te vinden en de felle zon zorgde ervoor dat ik na een paar uur naar de ibuprofen moest grijpen om m’n koppijn te stillen.
Op een zonnige dag besef je dat je mooie herinneringen niet moet proberen in te halen met het maken van nieuwe. En ik heb er gelukkig een kop vol van. Zaterdag nog eentje om het af te leren. Dan is het tijd voor het maken van andere zomermemories. Iemand zin om een wandelingetje te maken in de natuur?

Vistered Little Theme
by
Hosted by Wazzup.nl
Powered by WordPress MU